Woordenlijst
Vakantiegeld: wat het is, hoeveel je krijgt en wanneer het wordt uitbetaald (2026)

Vakantiegeld is een wettelijke toeslag bovenop je salaris: minimaal 8% van je brutojaarsalaris. In de wet heet dit vakantiebijslag; op de werkvloer zeggen mensen ook wel vakantietoeslag. Meestal krijg je het één keer per jaar uitbetaald, vaak in mei.
Hier lees je wat vakantiegeld is, hoeveel vakantiegeld je krijgt, hoe je vakantiegeld berekent, wanneer het op je rekening staat, en wat werkgevers en HR moeten regelen rond reservering en loonstrook — met links naar officiële bronnen.
Voor medewerkers draait mei om bruto en netto; voor HR om reservering, juiste grondslag en een voorspelbare uitbetaling. In payroll-systemen zie je vakantiegeld vaak als maandelijkse opbouw die in mei wordt uitgekeerd — wie alleen naar april-netto kijkt, schrikt soms van de mei-inhouding. Dit artikel brengt beide perspectieven samen, zonder juridisch of fiscaal advies.
Let op: dit is algemene HR-informatie voor Nederland. Check altijd je cao, arbeidsvoorwaarden en actuele regels bij Rijksoverheid, Ondernemersplein en eventueel je vakbond of een jurist.
Vakantiegeld valt onder de bredere salarisadministratie — niet los van payroll draaien.
Wat is vakantiegeld?
Vakantiegeld (officieel: vakantiebijslag) is een verplichte extra betaling bovenop je salaris: minimaal 8% van je brutoloon over het vakantiejaar. Je werkgever keert het meestal één keer per jaar uit — vaak in mei. In gesprekken hoor je ook vakantietoeslag; dat is hetzelfde begrip, geen aparte regeling.
Als werkgever ben je verplicht vakantiegeld op te bouwen en uit te betalen — ook als medewerkers geen vakantie opnemen. Het recht op uitbetaling staat los van opgenomen verlof: “niet op vakantie geweest” betekent in loondienst doorgaans niet dat vakantiegeld vervalt.
In Nederland is vakantiegeld wettelijk geregeld in het Burgerlijk Wetboek (artikel 7:634). Dat verschilt van het Duitse Urlaubsgeld, dat vaak vrijwillig of cao-afhankelijk is. In Nederland geldt voor (bijna) elke werknemer minimaal 8% reservering over het brutoloon.
Wat vakantiegeld niet is: het is geen vervanging voor je normale maandsalaris, geen bonus die je werkgever mag weglaten, en geen hetzelfde als vakantiedagen (recht op vrije dagen). Je kunt wél beide tegelijk hebben: vakantiedagen én vakantiegeld.
Voor teams in verlofregistratie en ploegendiensten in horeca, detailhandel en zorg blijft dezelfde 8%-regel gelden — maar de praktische uitbetaling en reservering vraagt extra aandacht in de loonadministratie.
Synoniemen in één oogopslag
| Term | Gebruik |
|---|---|
| Vakantiegeld | Meest gebruikte term in HR en op loonstrook |
| Vakantiebijslag | Wettelijke term in BW en overheidscommunicatie |
| Vakantietoeslag | Spreektaal; zelfde minimum 8% tenzij cao anders zegt |
Hoeveel vakantiegeld krijg je?
Hoeveel vakantiegeld je krijgt? Wettelijk minimaal 8% bruto over het vakantiejaar — en praktisch soms meer als je cao dat voorschrijft. De vraag heeft dus twee antwoorden: wettelijk minimaal 8% bruto over het vakantiejaar, en praktisch vaak iets hoger als je cao dat voorschrijft. Netto zie je pas op je loonstrook — dat hangt af van belasting, niet van een vast percentage onder de 8%-regel.
De wettelijke ondergrens is 8% van je brutojaarsalaris over het vakantiejaar (meestal 1 juni tot 31 mei). Rekenvoorbeeld: verdien je gemiddeld € 2.500 bruto per maand, dan is 8% van € 30.000 jaarloon = € 2.400 bruto vakantiegeld (vóór belasting).
Is vakantiegeld altijd 8%? Wettelijk minimaal wel — tenzij je cao of arbeidsvoorwaarden meer geven. Een cao kan 8,33% of 9% voorschrijven; nooit minder dan 8%. Bij zeer hoge salarissen kan er een maximum in cao of regeling spelen — toets altijd je eigen contract.
Minimumloon en vloer
Rijksoverheid benadrukt dat vakantiegeld minimaal 8% van het minimumloon moet zijn als je bruto salaris daar dichtbij zit. Bij hogere salarissen is 8% van je werkelijke brutoloon leidend. Plan in januari een check wanneer minimumloon wordt aangepast — payroll en HR moeten percentage én vloer tegelijk actualiseren.
| Situatie | Meestal vakantiegeld | Toelichting |
|---|---|---|
| Fulltime loondienst | Minimaal 8% brutojaarloon | Standaard vakantiejaar 1 jun – 31 mei |
| Deeltijd | 8% over daadwerkelijk brutoloon | Pro-rata; geen apart “lager percentage” |
| Cao hoger dan wet | Cao-percentage | Bijv. 8,33% in sommige sectoren |
| Uitkering (UWV) | 8% van uitkering | Meestal mei; zie UWV |
| AOW | Vast SVB-bedrag | Geen 8%-regel; zie SVB |
Rekenvoorbeelden per contracttype: Een oproepkracht telt 8% over het daadwerkelijk uitbetaalde brutoloon in het vakantiejaar — geen schatting zonder loonstrook. Wie halverwege het jaar in dienst komt, bouwt pro-rata op; bij uitdienst in november volgt het opgebouwde deel op de eindafrekening, ook als mei al voorbij is.
Check bij cao of personeelsreglement of vaste toeslagen (ploegentoeslag, ORT) structureel in de grondslag horen. Payroll en HR moeten dezelfde lijst gebruiken; anders klopt mei niet met wat medewerkers verwachten op basis van hun april-loonstrook.
Vakantiegeld vs vakantiedagen
Vakantiegeld is geld; vakantiedagen zijn vrije dagen waarop je niet hoeft te werken maar wel (meestal) doorbetaald krijgt. Vakantiegeld is een extra geldbedrag bovenop je salaris. Je hebt recht op beide: minimaal vier keer je wekelijkse arbeidsduur aan vakantie per jaar én minimaal 8% vakantiebijslag.
Verwar ze niet in payroll: verlofuren staan los van de vakantiegeldreservering op de loonstrook. HR-systemen die alleen verlof registreren maar geen reservering tonen, geven een onvolledig beeld richting mei.
Op je loonstrook zie je vaak beide terug: vakantie-uren of -dagen (verlofsaldo) én een regel vakantiegeldreservering of mei-uitbetaling. Een medewerker die geen vakantie opneemt, bouwt nog steeds vakantiegeld op — vakantiedagen opnemen verlaagt het vakantiegeld niet, tenzij cao expliciet anders regelt.
Praktisch voorbeeld: neem je twee weken vakantie op — je salaris blijft doorlopen, en je vakantiegeldreservering loopt gewoon door. Pas in mei zie je het bedrag op je rekening; dat hangt niet samen met hoeveel dagen je hebt opgenomen.
In cao-onderhandelingen komen vakantiedagen en vakantiegeld soms in één pakket ter sprake; juridisch blijven het aparte rechten. Rijksoverheid legt beide begrippen naast elkaar uit onder vakantiedagen en vakantiegeld. Meer over vrije dagen en saldo: vakantiedagen in onze woordenlijst.
Wanneer heb je recht op vakantiegeld?
Werk je in loondienst, dan bouw je in beginsel vanaf de eerste werkdag vakantiegeld op — ook in de proeftijd en ook bij deeltijd. Uitzendkrachten, oproepkrachten en nulurencontracten vallen onder dezelfde wettelijke minimumregels, al verschilt de praktische berekening als uren wisselen.
Ontvang je een uitkering of AOW? Dan gelden andere regels — zie de sectie Vakantiegeld bij uitkering en AOW hieronder.
Minimumloon en jeugdloon: ook hier geldt minimaal 8% over het uitbetaalde brutoloon, met een wettelijke vloer gekoppeld aan het minimumloon. Proeftijd, deeltijd of oproepuren veranderen dat recht niet — alleen het bedrag volgt je werkelijke loon.
Uitzendkrachten: de uitzendonderneming is in beginsel werkgever; vakantiegeld hoort bij de fase waarin je via de uitzendovereenkomst werkt. Check je uitzend-cao en loonstrook — soms zie je opbouw per fase.
Payroll / detacheringsconstructies: wie op papier je werkgever is, bepaalt wie uitbetaalt. Medewerkers moeten weten bij welke entiteit ze vakantiegeld claimen bij uitdienst.
Geen recht: zzp’ers zonder dienstverband, meewerkende partners zonder arbeidsovereenkomst, en situaties waarin geen loon uit dienstverband wordt betaald. Dit artikel richt zich op werknemers en werkgevers in loondienst.
Hoe bereken je vakantiegeld?
De standaardformule voor wettelijk vakantiegeld — ook als je online zoekt op vakantiegeld berekenen:
Bruto vakantiegeld = brutojaarsalaris × 8%
Of: bruto maandloon × 12 × 0,08
Werk in deze volgorde:
- Bepaal het vakantiejaar.
- Tel het belonbare brutoloon over die periode.
- Vermenigvuldig met 0,08.
- Trek al uitbetaald vakantiegeld af als je tussentijds een voorschot kreeg.
Wat telt mee in de grondslag?
Niet alleen het kale basissalaris telt voor de 8%-berekening. Ook structurele componenten kunnen meetellen:
- Vaste toeslagen (ploeg, consignatie) als die onderdeel zijn van beloning
- Overuren die structureel worden uitbetaald (cao-afhankelijk)
- Soms vaste onkostenvergoedingen — toets per regeling
Tellen meestal niet mee: eenmalige bonussen, vergoedingen buiten loon, en vergoedingen die expliciet zijn uitgesloten in cao of handboek.
Voorbeeld fulltime: bruto maandsalaris € 3.200, geen tussentijdse uitkering, volledig vakantiejaar → jaarloon € 38.400 → vakantiegeld € 3.072 bruto.
Rekenvoorbeeld deeltijd
24 uur per week, bruto € 1.800 per maand, volledig vakantiejaar → jaarloon € 21.600 → vakantiegeld € 1.728 bruto. Deeltijd verlaagt het bedrag omdat het jaarsalaris lager is — niet omdat het percentage daalt.
Rekenvoorbeeld uitdienst tussentijds
Start vakantiejaar 1 juni. Medewerker stopt 1 februari (8 maanden). Bruto maandloon € 2.800 → opgebouwd loon € 22.400 → pro-rata vakantiegeld € 1.792 bruto op eindafrekening. Al in mei een voorschot ontvangen? Trek dat af.
Bij variabel loon (overuren, provisie, wisselende uren) reken je over het daadwerkelijk uitbetaalde brutoloon in het vakantiejaar — niet alleen het kale basissalaris.
| Bruto maandsalaris | Jaarloon | 8% vakantiegeld |
|---|---|---|
| € 2.000 | € 24.000 | € 1.920 |
| € 2.500 | € 30.000 | € 2.400 |
| € 3.200 | € 38.400 | € 3.072 |
| € 4.000 | € 48.000 | € 3.840 |
Tip: commerciële rekentools (FNV, berekenhet.nl, HR-leveranciers) geven een indicatie. Je loonstrook en arbeidsvoorwaarden zijn leidend voor de eindafrekening.
Wanneer wordt vakantiegeld uitbetaald?
De wet schrijft niet één vaste kalenderdatum voor, maar mei of juni is gebruikelijk — vaak rond 15 mei tot eind juni, afhankelijk van werkgever, cao of payroll-partner. In je arbeidsvoorwaarden of cao staat meestal de exacte peildatum.
Mei en andere uitbetalingsmomenten
Waarom mei? Historisch sluit het vakantiejaar aan op 1 juni; werkgevers kiezen vaak mei zodat medewerkers vóór de zomervakantie extra cash hebben. Sommige cao’s kiezen juni — dat mag, zolang reservering en vakantiejaar kloppen. Tussentijdse voorschotten zijn toegestaan als je arbeidsvoorwaarden dat regelen; documenteer ze op de loonstrook.
Sommige werkgevers betalen maandelijks een deel op de strook en verrekenen in mei. Bij uitdienst betaalt de werkgever het opgebouwde vakantiegeld pro-rata op de eindafrekening — ook als mei nog niet is geweest.
Cao en bedrijfsreglement
Veel cao’s regelen naast 8% ook een hoger percentage, een exacte uitbetalingsdatum (bijv. laatste werkdag mei), of maandelijkse opbouw op de loonstrook. HR moet cao + contract + handboek naast elkaar leggen.
Uitbetalingsproces voor werkgevers (stap voor stap)
- Sluit payroll-periode af tot peildatum vakantiejaar
- Exporteer belonbare componenten per medewerker
- Bereken 8% (of cao-percentage) over vakantiejaar
- Trek voorschotten en reeds uitbetaalde delen af
- Keur lijst goed (HR + finance)
- Start payroll-run met juiste looncomponent “vakantiegeld”
- Stuur medewerkerscommunicatie met bruto bedrag en datum
- Archiveer berekening + betaalbewijs per personeelsnummer
In sectoren met hoog verloop voorkomt dat medewerkers met een kort dienstverband zonder pro-rata uitdienst vallen.
Vakantiegeld en transitievergoeding
Bij ontslag kan de eindafrekening zowel pro-rata vakantiegeld als een transitievergoeding bevatten. Dat zijn verschillende wettelijke grondslagen — payroll moet ze als aparte regels zetten.
Werkgevers en payroll-partners: documenteer per medewerker welk vakantiejaar geldt, welk percentage (8% of cao), en welke looncomponenten in de export zitten. Bij wisselende roosters in horeca of retail exporteer je idealiter per periode het belonbare brutoloon — niet alleen contracturen. Bij een audit of geschil telt de trail: rooster, goedgekeurde uren, loonstrook en mei-specificatie moeten dezelfde grondslag tonen. Dat sluit aan bij wat Ondernemersplein benadrukt over tijdig en volledig uitbetalen van vakantiegeld.
Als werknemer: zo check je je mei-bedrag
Verzamel loonstroken van het afgelopen vakantiejaar, je arbeidsvoorwaarden en eventuele cao-samenvatting. Reken zelf 8% over belonbaar bruto jaarloon. Vergelijk met de specificatie van je werkgever. Grote afwijkingen? Vraag schriftelijk welke componenten wel en niet meetellen.
Belangrijk: 8% is een minimum over het jaar — geen automatische extra maandsalaris in mei. Je reguliere salaris blijft doorlopen; vakantiegeld komt daar bovenop (of wordt verrekend als je maandelijks al een deel spaart).
Netto vakantiegeld en belasting
Vakantiegeld netto is geen vast percentage van bruto: loonheffing bepaalt wat overblijft. Medewerkers zoeken vaak “vakantiegeld netto” of “waarom betaal ik zoveel belasting over vakantiegeld”. Het antwoord zit niet in een aparte vakantiebelasting, maar in hoe loonheffing werkt bij een eenmalige uitbetaling in één maand.
Vakantiegeld is bruto. Je werkgever houdt loonheffing in. Omdat vakantiegeld vaak in één keer wordt uitbetaald, valt het soms onder een bijzonder tarief (hogere inhouding in die maand). Daardoor lijkt het alsof “de helft” verdwijnt — dat is geen aparte 50%-belastingregel, maar een effect van een eenmalige hoge uitbetaling op de loonheffingstabel.
Bruto naar netto: wat bepaalt het bedrag?
Factoren die je netto vakantiegeld beïnvloeden:
- Toepassing loonheffingskorting in de uitbetalingsmaand
- Andere inkomsten in dezelfde maand (extra shifts, bonus)
- Partnerregeling of alleenstaande ouderentarief
- Bijzonder tarief op eenmalige uitkeringen
PAA-vragen als “hoeveel vakantiegeld netto van € 1.000 bruto?” zijn niet met één getal te beantwoorden — alleen met jouw loonstrook. Wie in mei naast vakantiegeld ook overuren of een bonus krijgt, ziet een andere netto-uitkomst dan iemand met alleen het vakantiebedrag.
| Factor | Effect op netto in mei |
|---|---|
| Alleen vakantiegeld in die maand | Bijzonder tarief kan hogere inhouding geven dan april |
| Vakantiegeld + normaal maandsalaris | Gecombineerde maandbedrag bepaalt tarief |
| Geen loonheffingskorting toegepast | Meer inhouding — check met werkgever |
| Deeltijd / laag inkomen | Absoluut bedrag lager; percentage inhouding niet “vast 50%” |
Er is dus geen vaste “€ 1.000 bruto = € X netto” voor iedereen. Vraag als werknemer een specificatie; als werkgever stem je met payroll af over looncomponent en tarief.
Werkgevers kunnen medewerkers vooraf informeren dat mei-netto lager kan lijken door het bijzonder tarief — zonder belastingadvies te geven. Een korte toelichting op de loonstrookspecificatie (“vakantiegeld bruto / ingehouden loonheffing”) voorkomt paniek op de helpdesk.
Dit is geen belastingadvies — bij complexe situaties (meerdere werkgevers, DGA, grensoverschrijdend) loont professioneel advies.
Vakantiegeld en de loonstrook
Werkgevers moeten vakantiegeld reserveren en op de loonstrook herkenbaar maken — vaak als opbouw per maand en als uitbetaling in mei. Payroll-fouten ontstaan als reservering wel in het HR-systeem staat maar niet in de export naar de salarisverwerker.
Praktische HR-checklist
- Leg het vakantiejaar en percentage vast (minimaal 8%)
- Definieer welke looncomponenten meetellen (basissalaris, vaste toeslagen, overuren?)
- Reserver maandelijks op de loonstrook
- Plan de mei-run (of verrekening bij uitdienst)
- Communiceer datum en bruto bedrag vooraf naar medewerkers
- Bewaar berekening en betaalbewijs in het personeelsdossier
Op de loonstrook herken je vakantiegeld vaak als aparte regel “vakantiegeld” of “vakantiebijslag”, soms als maandelijkse reservering plus een mei-uitbetaling. Medewerkers die alleen naar netto kijken, missen dat de reservering al maanden in hun totale arbeidsvoorwaarden zat. Een korte interne FAQ vóór mei (“bruto vs netto”, datum, grondslag) voorkomt veel vragen bij HR.
Reservering en jaarrekening
Voor finance is vakantiegeld een reserveringspost: elke maand bouw je 8%/12 op als verplichting. Bij uitdienst of mei daalt de reservering. Fouten zichtbaar maken zich pas in Q2 — als mei-uitbetalingen cashflow en rapportage raken. Koppel HR en finance vroeg in het jaar: welk percentage, welk vakantiejaar, welke payroll-export.
Consistente uren via tijdregistratie en nette exports naar payroll-software helpen mei voorspelbaar te houden — niet als juridische module, wel als operationele basis.
Controleer jaarlijks of je payroll-partner de juiste cao-versie en vakantiejaar gebruikt. Een verkeerde peildatum (bijv. kalenderjaar i.p.v. 1 juni–31 mei) is een stille fout die pas in mei zichtbaar wordt.
Vakantiegeld bij bijzondere situaties
De 8%-regel klinkt eenvoudig, maar HR en payroll lopen het meest vast op uitzonderingen: wisselende uren, langdurige ziekte, onbetaald verlof of uitdienst vóór mei. Hieronder de situaties die het vaakst vragen opleveren bij de salarisadministratie.
Ziekte: tijdens ziekte bouw je in beginsel gewoon vakantiegeld op over het overeengekomen loon (niet over het lagere ziekengeld, tenzij cao anders regelt).
Uitdienst: pro-rata op de eindafrekening; ook bij vertrek vóór mei. Al vakantiegeld in mei ontvangen? Verreken op de eindafrekening over het resterende deel van het vakantiejaar.
Langdurige ziekte: zolang je werkgever loon doorbetaalt volgens wet/cao, loopt vakantiegeld-opbouw meestal door. Bij overgang naar UWV-loon verschuift de context — check cao en UWV-regels; HR moet weten wanneer opbouw stopt of wordt hervat.
Zwangerschap en ouderschapsverlof: tijdens doorbetaald zwangerschapsverlof bouw je doorgaans vakantiegeld op. Bij onbetaald ouderschapsverlof stopt opbouw vaak — zie ouderschapsverlof en je cao. Het SVB-loon rond geboorte is iets anders dan vakantiegeld.
Overzicht bijzondere situaties
| Situatie | Vakantiegeld opbouw? | Praktijk |
|---|---|---|
| Ziekte (loondoorbetaling) | Ja, over afgesproken loon | Check cao bij langdurige ziekte |
| Zwangerschapsverlof | Meestal ja tijdens doorbetaling | SVB-loon later apart |
| Ouderschapsverlof onbetaald | Vaak pauze opbouw | Lees cao/handboek |
| Deeltijd | Ja, 8% over verdiend loon | Pro-rata automatisch |
| Uitdienst | Pro-rata uitbetaling | Op eindafrekening |
| Faillissement werkgever | Aanspraak blijft; inning via curator | Specialistisch; valt buiten dit artikel |
Oproepkrachten en nuluren: vakantiegeld volgt het uitbetaalde brutoloon per vakantiejaar — geen apart percentage. HR moet uren en loon export synchroniseren, anders mist mei structurele opbouw.
Vakantiegeld bij uitkering en AOW
Bij loondienst geldt 8% over je salaris; bij uitkeringen en AOW lopen andere regels. Hieronder per instantie — altijd je eigen brief of portal checken.
UWV: bij de meeste uitkeringen ontvang je 8% vakantiegeld over de uitkering in het voorafgaande jaar, meestal uitbetaald in mei. Details per uitkeringstype (WW, WIA, ZW) staan op uwv.nl.
AOW: SVB betaalt een vast vakantiegeldbedrag (niet 8% van je AOW). Bedragen wijzigen; zie SVB. Werk je naast AOW nog in loondienst, heb je vaak twee aparte mei-uitbetalingen — vermeng de regels niet.
WW (werkloosheid): UWV betaalt vakantiegeld meestal in mei over de uitkering uit het voorafgaande kalenderjaar. Dat staat los van je laatste werkgevers-uitbetaling in hetzelfde jaar.
WIA / ZW: per uitkeringstype gelden andere peildata. Lees je UWV-brief — algemene blogs vervangen geen persoonlijke mededeling.
Ziekmelding rond mei: ook tijdens ziekte bouw je vakantiegeld op over loon uit dienstverband; UWV-regels voor uitkering lopen parallel. Werkgever en UWV communiceren niet automatisch — check beide portalen.
Combinatie loon + uitkering: werk je deels en ontvang je deels WW of WIA, dan kan vakantiegeld uit twee bronnen komen — werkgever over loon en UWV over uitkering. Beide betalingen vallen vaak in mei, maar op aparte rekeningen.
Bij bijstand en andere uitkeringen buiten UWV-loon kunnen afwijkende regels gelden — volg altijd de instantie die je uitkering uitkeert. Gebruik dit artikel als oriëntatie; voor bindende bedragen altijd UWV of SVB.
Veelgemaakte misverstanden
Op forums en in kantoorpraat circuleren vaste fabels over mei-uitbetalingen. Die leiden tot discussies tussen HR en medewerkers — vooral over netto, uitdienst en “extra maandsalaris”.
De lijst hieronder vat de meest voorkomende misverstanden samen. Gebruik ze als gespreksstarter in onboarding of vóór de mei-run.
- “Vakantiegeld is vrijwillig.” Nee — wettelijk minimum 8% voor werknemers.
- “Het is hetzelfde als vakantiedagen.” Nee — dagen vs geldbedrag.
- “Duits Urlaubsgeld werkt hetzelfde.” Nee — in Nederland is het wettelijk; in Duitsland vaak cao of vrijwillig.
- “In mei krijgt iedereen automatisch 8% extra maandsalaris.” Nee — 8% over het jaar, vaak één uitbetaling.
- “Netto is altijd 50% van bruto.” Nee — bijzonder tarief effect; individueel verschillend.
- “Bij uitdienst vervalt vakantiegeld.” Nee — pro-rata op eindafrekening.
- “AOW is ook 8%.” Nee — vast SVB-bedrag.
- “Reserveren hoeft niet.” Jawel — werkgeverplichting; loonstrook moet kloppen.
- “Vakantiegeld berekenen kan ik overslaan als HR het doet.” Nee — controleer zelf met 8% × belonbaar jaarloon; fouten in toeslagen komen vaker voor dan je denkt.
- “Cao zegt 8,33%, dus wet 8% is irrelevant.” Nee — 8% is de wettelijke ondergrens; cao kan hoger zijn, nooit lager.
Samenvatting
Vakantiegeld is minimaal 8% van je brutojaarsalaris (vakantiebijslag), meestal uitbetaald in mei. Werknemers berekenen het met jaarloon × 0,08; werkgevers reserveren maandelijks en betalen uit of verrekenen bij uitdienst.
Voor werkgevers is de kern: reserveren, communiceren, uitbetalen — en bij uitdienst pro-rata afrekenen. Documenteer je grondslag één keer per jaar; hergebruik die definitie in mei en bij uitdienst. Gerelateerde woordenlijst: transitievergoeding, werkgeversverklaring, cao.
Netto hangt af van loonheffing; AOW en UWV volgen eigen regels. Wie vakantiegeld wil berekenen, start met belonbaar bruto jaarloon × 0,08 en vergelijkt met de werkgeversspecificatie. Check Rijksoverheid, Ondernemersplein, UWV of SVB — en je cao voor hogere percentages.
Plan voor HR: leg in Q1 het vakantiejaar, percentage en grondslag vast; test één fictieve mei-run vóór de echte salarisrun. Dat vangt fouten in toeslagen, deeltijd en uitdienst af voordat medewerkers massaal bellen.
Waar Ordio helpt bij loonadministratie
Ordio is geen belastingadviseur en geen vakantiegeld-calculator. Wel helpen we ploegenteams met uren, roosters, verlof en dossiers — de basisdata die payroll en HR nodig hebben rond mei. Accurate uren en goedgekeurde diensten zijn de input voor een juiste 8%-grondslag wanneer toeslagen en wisselende contracten meetellen.
Bekijk onze gidsen over payroll-software, personeelsadministratie-software en het product tijdregistratie als je operationele basis vóór de mei-run wilt strakker zetten.
Wil je zien hoe Ordio past bij jouw vestigingen? .
Disclaimer: Ordio Insights biedt geen juridisch of fiscaal advies. Voor bindende uitspraken: Rijksoverheid, Ondernemersplein, je cao of een adviseur. Herverifieer jaarlijks (minimaal in januari) minimumloon en vakantiegeldregels.
Veelgestelde vragen over Vakantiegeld
Is vakantiegeld hetzelfde als een dertiende maand?
Nee. Vakantiegeld (vakantiebijslag) is wettelijk minimaal 8% van je brutojaarsalaris — geen extra “dertiende maand” of vaste bonus. Sommige cao’s koppelen wel een hoger percentage of een vaste mei-uitbetaling aan afspraken, maar de basis blijft de 8%-regel uit de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
Is vakantiegeld wettelijk 8%?
Ja, wettelijk minimaal 8% van je belonbare brutoloon over het vakantiejaar (meestal 1 juni–31 mei). Je cao of arbeidsvoorwaarden mogen meer voorschrijven — bijvoorbeeld 8,33% — maar nooit minder. Rond het minimumloon geldt bovendien een aparte vloer; check je loonstrook of cao als je salaris dicht bij het wettelijk minimum zit.
Welke looncomponenten tellen mee in de 8%-grondslag?
Meestal tellen mee: basissalaris, vaste toeslagen (ploeg, consignatie) en andere belonbare componenten over het vakantiejaar (1 juni–31 mei). Eenmalige bonussen of vergoedingen buiten loon tellen vaak niet mee — dat verschilt per cao. Werkgevers leggen het beste één definitieslijst vast; werknemers vergelijken die in mei met de loonstrookspecificatie.
Mag vakantiegeld buiten mei worden uitbetaald?
Ja, in principe wel — de wet schrijft geen vaste kalendermaand voor. In de praktijk betalen veel werkgevers en cao’s uit in mei of juni. Maandelijkse opbouw op de loonstrook met één jaarsluiting is ook gebruikelijk. Bij uitdienst valt het opgebouwde deel op de eindafrekening, ook als je vóór mei vertrekt.
Hoeveel vakantiegeld krijg ik netto?
Of je € 1.000, € 2.000 of een ander bruto bedrag krijgt: er is geen vast netto percentage. Loonheffing, heffingskorting en het bijzonder tarief bij een eenmalige mei-uitbetaling bepalen wat overblijft. Daarom klopt “€ 1.000 bruto = € X netto” niet voor iedereen. Vraag een loonstrookspecificatie; in dit artikel lees je onder Netto vakantiegeld en belasting welke factoren mei beïnvloeden.
Waarom betaal ik veel belasting over vakantiegeld?
Vakantiegeld valt vaak in één maand als hoge uitbetaling, waardoor de loonheffing in die maand hoger lijkt — soms omgerekend ~40–50% inhouding. Dat is meestal geen aparte vakantiebelasting, maar het effect van tabellen op een eenmalig bedrag. Dit is geen fiscaal advies; bij twijfel schakel je een adviseur in.
Wat is het verschil tussen vakantiegeld en vakantiedagen?
Vakantiedagen zijn betaalde vrije dagen; vakantiegeld is extra geld (minimaal 8% bruto per jaar). Je hebt recht op beide — verlof opnemen verlaagt je vakantiegeldopbouw meestal niet, tenzij je cao anders regelt. Op de loonstrook staan verlofsaldo en vakantiegeldreservering apart. Meer over verlof: vakantiedagen.
Heb ik recht op vakantiegeld als ik ziek ben?
Ja, in beginsel — tijdens loondoorbetaling bouw je vakantiegeld op over het overeengekomen brutoloon. Bij langdurige ziekte of uitkering kunnen cao-regels afwijken. Check je handboek; bij uitkering gelden UWV-regels in plaats van werkgevers-loon. Vraag bij twijfel een schriftelijke bevestiging van opbouw tijdens ziekte.
Krijg ik vakantiegeld bij uitdienst?
Ja. Over het lopende vakantiejaar betaalt de werkgever pro-rata vakantiegeld op de eindafrekening — ook als je vóór mei vertrekt. Al uitbetaald vakantiegeld wordt verrekend. Combineer dit niet met transitievergoeding; dat zijn aparte regels op dezelfde afrekening. Bewaar je eindafrekening en vergelijk met je loonstrook.
Hoe werkt vakantiegeld bij een UWV-uitkering?
Bij de meeste uitkeringen is vakantiegeld 8% van de uitkering over het voorafgaande jaar, meestal uitbetaald in mei. Regels verschillen per type (WW, WIA, ZW). Raadpleeg UWV voor jouw situatie — niet alleen algemene blogs of aannames op je loonstrook. Het bedrag hangt af van je uitkeringsperiode en type uitkering.
Hoe zit het met vakantiegeld en AOW?
AOW-vakantiegeld is geen 8% van je AOW: SVB betaalt een vast bedrag per periode. Dat bedrag wijzigt; zie SVB. Vermeng AOW-regels niet met loondienst-8% — dat voorkomt verkeerde verwachtingen in mei. Werk je naast AOW nog in loondienst, heb je vaak twee aparte mei-uitbetalingen.
Moet een werkgever vakantiegeld reserveren?
Ja. Werkgevers moeten vakantiegeld opbouwen en uitbetalen volgens wet en cao. In de praktijk zie je maandelijkse reservering op de loonstrook en uitbetaling in mei. Zonder reservering loop je risico op een onverwachte grote uitbetaling én vragen van medewerkers. Meer over processen: payroll-software en personeelsadministratie-software.











