Woordenlijst
Loonheffingskorting: uitleg, ja of nee en meerdere werkgevers (2026)

Loonheffingskorting is een korting op de loonheffing die je werkgever of uitkeringsinstantie toepast op je salaris of uitkering. Je betaalt daardoor minder loonbelasting en premie volksverzekeringen via de loonstrook — en houdt maandelijks meer netto over.
Of je werknemer bent of HR in het MKB: hier lees je wat loonheffingskorting is, hoe je korting toepast (ja of nee), en wat je doet bij meerdere werkgevers, een tweede baan of AOW en pensioen. Voor de volledige uitleg van het loonheffingsformulier of alle loonstrook-velden linken we door naar de cluster-uitleg — hier focussen we op korting zelf.
Herkenbaar? Netto valt lager uit bij een tweede baan, of je mei-netto wijkt door vakantiegeld. Let op: dit is algemene HR-informatie voor Nederland, geen persoonlijk fiscaal advies. Check actuele regels bij de Belastingdienst, Rijksoverheid en Ondernemersplein.
Wat is loonheffingskorting?
Kort samengevat: Loonheffingskorting (ook lh korting of LHk) is een belastingkorting die via je loon of uitkering wordt verrekend. Je werkgever past het toe in de loonbelastingtabel, zodat je minder loonheffing betaalt en meer netto overhoudt.
Iedereen met inkomen uit werk of uitkering heeft in principe recht op loonheffingskorting — tenzij je bewust kiest om die niet toe te laten passen (bijvoorbeeld bij een tweede inkomen). De korting is geen aparte uitbetaling: je ziet het effect als lagere inhouding op je loonstrook, vaak aangeduid met LHkorting of LHk.
De Belastingdienst berekent de korting op basis van je (verwachte) jaarinkomen. Hoe hoger je totale inkomen, hoe lager de korting — tot een bepaald plafond. Daarom kan iemand met een modaal salaris en korting op één baan aanzienlijk minder LH betalen dan iemand met hetzelfde bruto zonder korting.
Loonheffingskorting is onderdeel van het bredere stelsel van heffingskortingen in de inkomstenbelasting. Via de loonstrook loopt vooral de algemene heffingskorting en arbeidskorting mee in wat we in de praktijk “loonheffingskorting” noemen. Bij je jaarlijkse aangifte kan de Belastingdienst aanvullende kortingen verrekenen die niet volledig via de loonstrook liepen.
Voor werkgevers en HR is loonheffingskorting een instelling op het loonheffingsformulier van de medewerker — niet iets dat je zelf “uitrekent” los van de officiële tabellen. Payroll-software en de Belastingdienst-tabellen doen de berekening zodra je ja of nee correct hebt vastgelegd.
Hoe werkt loonheffingskorting?
Je werkgever (of uitkeringsinstantie) houdt elke maand loonheffing in op je brutoloon. In die berekening verrekent de loonbelastingtabel automatisch loonheffingskorting — als je op het formulier hebt aangegeven dat de korting mag worden toegepast.
De korting werkt als volgt:
- Je brutoloon (en eventuele toeslagen) vormt de grondslag.
- De witte of groene belastingtabel bepaalt de basis-LH.
- De loonheffingskorting verlaagt dat bedrag — je ziet minder LH op de strook.
- Je werkgever draagt het ingehouden bedrag af bij de Belastingdienst.
Er is geen vast percentage dat voor iedereen geldt. Iemand met € 2.800 bruto en korting houdt meer over dan iemand met € 2.800 bruto zonder korting. Ook je leeftijd, tabelkeuze en eventuele bijzondere uitkeringen spelen mee.
| Situatie | Effect op netto |
|---|---|
| Eén baan, korting ja | Maximale korting via die werkgever — meestal laagste LH |
| Tweede baan, korting nee op baan 2 | Hogere LH op baan 2 — vaak normaal, geen fout |
| Korting op beide banen | Risico te veel korting → naheffing bij aangifte |
| Hoog jaarinkomen | Korting loopt af — minder voordeel op strook |
Studenten met een bijbaan vallen soms onder het studentenmodel op het loonheffingsformulier — andere drempels voor wanneer korting volledig doorwerkt. Jongeren onder 18 met een bijbaan hebben vaak een eigen regime. HR moet het juiste model selecteren; een verkeerde keuze geeft maandenlang afwijkend netto.
Bij eenmalige uitkeringen — bonus, vakantiegeld in mei, gratificatie — kan het bijzonder tarief gelden. Loonheffingskorting werkt daar anders door dan bij regulier maandloon. Medewerkers zien dan soms een hogere LH in die maand zonder dat de ja/nee-keuze is gewijzigd.
Voor werkgevers met seizoenspieken geldt hetzelfde principe: nieuwe medewerkers in mei of december krijgen vaak hun eerste strook tegelijk met vakantiegeld of een eindejaarsuitkering. Leg in HR-onboarding uit dat korting niet “verdwijnt”, maar dat bijzonder tarief en ja/nee samen het netto bepalen. Een korte interne FAQ met link naar deze pagina voorkomt herhaalde vragen aan payroll.
Controleer jaarlijks of je payroll-provider de nieuwe Belastingdienst-tabellen heeft doorgevoerd — vaak via payroll software of je accountant. Een verouderde tabel of verkeerde keuze (wit vs groen) geeft maandenlang afwijkend netto, ook als ja/nee op het formulier klopt.
Loonheffingskorting ja of nee
Loonheffingskorting ja of nee? Bij één inkomen meestal ja; bij meerdere inkomens ja op één bron en nee op de rest. Die keuze geef je door op het loonheffingsformulier (Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen) en bepaalt of je werkgever korting mag toepassen op dit inkomen.
| Jouw situatie | Advies | Waarom |
|---|---|---|
| Eén werkgever of één uitkering | Meestal ja | Je krijgt de korting waar je recht op hebt via dat inkomen |
| Meerdere werkgevers of inkomens tegelijk | Ja op één inkomen, nee op de rest | Korting mag alleen op één bron — anders risico op te veel korting |
| Tweede baan naast hoofdbaan | Meestal nee op baan 2 | Korting hoort bij je hoofdinkomen (vaak hoogste loon) |
| AOW naast werk of pensioen | Beoordeel welk inkomen de korting krijgt | SVB zet bij AOW vaak standaard op nee — je kunt wijzigen |
Het korte antwoord uit de praktijk: heb je één werkgever of één uitkering, dan kun je loonheffingskorting meestal gewoon laten toepassen. Heb je meerdere inkomens, kies dan bewust één bron voor “ja” en zet de rest op “nee”. Bij twijfel: gebruik de rekenhulp of voorlichting van de Belastingdienst — niet losse online calculators die je persoonlijke situatie missen.
Voorbeelden: loonheffingskorting ja of nee in de praktijk
Emma werkt fulltime bij één werkgever (€ 3.200 bruto). Ze zet loonheffingskorting op ja. Haar LH is lager dan zonder korting — normaal.
Mark heeft een hoofdbaan (€ 2.800) en een bijbaan in de horeca (€ 800). Korting ja op hoofdbaan, nee op bijbaan. Op de bijbaanstrook lijkt LH hoog — dat is bewust.
Sophie ontvangt AOW en werkt nog 16 uur per week. Ze zet korting op haar loon (ja) en laat AOW op nee — omdat haar werk het hoogste inkomen is. Had ze alleen AOW, dan had ze bij SVB korting op ja kunnen zetten.
Deze voorbeelden zijn indicatief. Je persoonlijke situatie (partner, andere box-1-inkomens, toeslagen) kan afwijken — bij twijfel gebruik je de voorlichting van de Belastingdienst of een adviseur.
Wijzig je situatie (nieuwe baan, uitkering, pensioen)? Geef een nieuw loonheffingsformulier af en pas ja/nee aan. Wacht niet tot de jaaropgave — dan heb je maandenlang verkeerd netto.
Loonheffingskorting bij meerdere werkgevers of uitkeringen
Je mag loonheffingskorting op maximaal één inkomen tegelijk toepassen. Dat geldt voor combinaties van loon, WW, WIA, AOW, pensioen en andere uitkeringen.
Typische situaties:
- Hoofdbaan + bijbaan: korting ja op hoofdbaan, nee op bijbaan. Baan 2 lijkt dan “zwaar belast” — dat is meestal correct.
- Twee deeltijdbanen: kies de baan met het hoogste (verwachte) jaarloon voor ja.
- Werk + UWV-uitkering: verdeel korting bewust — zie UWV voor uitkeringsregels.
- Werk + AOW: vaak korting op werk; AOW standaard nee tenzij je wijzigt bij SVB.
Pas je loonheffingskorting op twee inkomens tegelijk toe, dan krijg je waarschijnlijk meer korting dan waar je recht op hebt. De Belastingdienst verrekent dat bij je jaarlijkse aangifte — soms met naheffing en rente. Voorkomen is eenvoudiger: één ja, rest nee.
Als werkgever: controleer bij elke nieuwe medewerker of er al korting loopt elders. Vraag expliciet naar andere dienstbetrekkingen en uitkeringen op het formulier. Bij twijfel: nee toepassen tot de medewerker schriftelijk ja bevestigt — en documenteer dat in het HR-dossier.
WW of WIA naast werk: bij een uitkering regel je korting bij het UWV. Vaak kies je korting op je loon als dat je hoofdinkomen is, en zet je de uitkering op nee — of omgekeerd als de uitkering tijdelijk hoger is. Wissel je van situatie (bijvoorbeeld van WW naar werk), geef beide instanties een nieuwe opgaaf.
DGA of partner in een BV naast loon: loon uit dienstverband en resultaat uit onderneming zijn verschillende inkomensstromen. Loonheffingskorting loopt via de loonstrook van je werkgever; box-1-winst verwerk je in de jaarlijkse aangifte. Bij gemengde inkomens is persoonlijk advies verstandig.
Loonheffingskorting, AOW en pensioen
Vanaf de AOW-leeftijd of bij pensioen gelden dezelfde basisregels: loonheffingskorting mag op één inkomen. De SVB past bij AOW vaak standaard nee toe — je kunt dat zelf wijzigen naar ja als AOW je enige of gewenste bron voor korting is.
Pensioenfondsen (zoals ABP of PWRI) hanteren vergelijkbare keuzes. Ga je met pensioen en blijf je parttime werken? Overleg waar de korting het meeste voordeel geeft — meestal op het inkomen met de hoogste belastingdruk.
Bij AOW plus werk is de vraag vaak: waar zet ik ja? Niet automatisch op het hoogste bedrag — kijk naar je totale jaarinkomen en of je partner meedoet in box 1. Bij complexe situaties (buitenland, meerdere pensioenen) schakel je een belastingadviseur in.
Ook alleenstaandeouderenkorting en andere heffingskortingen lopen deels via de loonstrook of via de jaarlijkse aangifte. Loonheffingskorting is daarvan het deel dat direct op arbeidsinkomen en uitkeringen via inhouding wordt verrekend. Verwar het niet met zorgtoeslag of kindgebonden budget — dat zijn aparte regelingen.
De Belastingdienst legt uit hoe korting verloopt met AOW, pensioen en loon tegelijk. Wijzigingen regel je via het formulier bij je werkgever, pensioenuitvoerder of de SVB — niet via je jaarlijkse aangifte alleen.
Bij alleen AOW (geen werk meer) kun je bij de SVB korting op ja zetten als AOW je enige inkomen is — dat geeft vaak het laagste LH op je uitkering. Werk je daarnaast parttime, vergelijk je het verwachte jaarloon van werk met je AOW-bedrag; korting hoort meestal op het inkomen met de hoogste marginale druk.
Pensioenfondsen (ABP, PFZW, PWRI en anderen) hebben eigen formulieren of digitale keuzes voor loonheffingskorting. Ga je met VUT of prepensioen en blijf je werken? Behandel pensioen en loon als twee bronnen en kies bewust één ja — niet automatisch op beide.
Verschil tussen loonheffing en loonheffingskorting
De termen lijken op elkaar, maar betekenen iets anders:
| Loonheffing | Loonheffingskorting | |
|---|---|---|
| Wat is het? | Belasting + premie volksverzekeringen die wordt ingehouden | Korting op die inhouding |
| Wie regelt het? | Werkgever/uitvoerder via tabellen | Zelfde — op basis van je ja/nee op formulier |
| Waar zie je het? | Regel LH op loonstrook | Effect: lager LH-bedrag; soms code LHk |
| Diepere uitleg | Woordenlijst loonheffing | Deze pagina |
Loonheffing is wat er van je bruto afgaat. Loonheffingskorting verlaagt dat bedrag — het is geen aparte uitbetaling en geen toeslag op je salaris. Zonder korting zou je bij hetzelfde bruto meer LH betalen.
In gesprekken op de werkvloer worden beide termen door elkaar gebruikt. Onthoud: loonheffing is de inhouding; loonheffingskorting is het voordeel dat die inhouding verlaagt. Op je jaaropgave zie je het totale LH-bedrag — niet een aparte “kortingsuitbetaling”.
Loonheffingskorting op de loonstrook
Op je loonstrook zie je loonheffingskorting niet altijd als aparte positieve regel. Meestal merk je het aan een lager LH-bedrag dan je zou verwachten zonder korting. Sommige systemen tonen LHkorting ja/nee of een code bij de loonheffing-regel.
Controleer bij twijfel: staat korting op ja terwijl je ook op een tweede baan ja hebt staan? Of is korting nee terwijl dit je enige inkomen is? Vergelijk met je loonheffingsformulier. Voor de volledige uitleg van alle verplichte velden op de strook, zie onze woordenlijst loonstrook — hier beperken we ons tot de korting.
Op de jaaropgave zie je vaak een totaal van ingehouden loonheffing en of loonheffingskorting is toegepast. Vergelijk die totalen met de som van je maandstroken. Zie je een verschil? Vraag HR om een specificatie voordat je je belastingaangifte indient — vooral na TWK-correcties of wisseling van werkgever midden in het jaar.
Praktische controle in drie stappen:
- Vergelijk het LH-bedrag met een maand waarvan je weet dat ja/nee correct stond.
- Check op de strook of LHkorting ja of nee staat — niet elk systeem toont dit even duidelijk.
- Match met je laatste loonheffingsformulier; bij afwijking eerst HR, niet zelf in payroll rommelen.
Bij een correctie met terugwerkende kracht (TWK) kan één maand een afwijkend LH-bedrag tonen terwijl je ja/nee niet is gewijzigd. Dat is een verwerkingscorrectie — geen signaal dat je korting “weg” is.
Loonheffingsformulier en loonheffingskorting
Je keuze voor loonheffingskorting leg je vast op het loonheffingsformulier bij indiensttreding of bij wijziging (nieuwe baan, uitkering, scheiding, pensioen). Zonder geldig formulier en ID geldt het anoniementarief (52% inhouding) — ook als je eigenlijk recht hebt op korting.
Wijzig je van “ja” naar “nee” of omgekeerd? Lever een nieuw formulier in bij je werkgever. Die verwerkt het in de eerstvolgende salarisrun. Bij uitkeringen regel je wijzigingen bij UWV of SVB volgens hun procedure.
Als werkgever bewaar je het formulier in het personeelsdossier en koppel de keuze direct in payroll. Een verkeerde ja/nee-instelling is een van de meest voorkomende bronnen van medewerkersvragen over “te veel belasting”.
Op het formulier kruis je alleen ja of nee aan voor korting bij deze werkgever — geen bedrag, geen percentage. HR voert die keuze letterlijk over in payroll; een “ja” op papier met “nee” in het systeem is een compliance-risico en de meest voorkomende bron van netto-klachten na onboarding.
Download je het model via de Belastingdienst, vul BSN en adres exact zoals op je ID, en lever het ondertekend in. Digitale PDF-invulling voorkomt typefouten die payroll wekenlang laat doorwerken.
Loonheffingskorting voor werkgevers en HR
Als werkgever ben je verplicht loonheffingskorting correct toe te passen op basis van de opgaaf van je medewerker. Praktische checklist vóór elke salarisrun:
- Hebben alle actieve medewerkers een geldig loonheffingsformulier en ID-controle?
- Staat ja/nee in payroll gelijk aan het laatste formulier?
- Zijn tabel (wit/groen) en eventueel studentenmodel correct?
- Bij nieuwe medewerker met tweede baan: is bewust gekozen waar korting loopt?
- Zijn mutaties vóór de payroll-deadline doorgevoerd?
Fouten leiden tot ontevreden medewerkers, TWK-correcties en risico bij inspectie. Koppel formulieren en mutaties strak aan je salarisadministratie. Betrouwbare uren en toeslagen uit tijdregistratie voorkomen dat discussies over netto alleen over korting gaan terwijl het brutoloon verkeerd staat.
Uitbesteden aan een accountant of payroll-bureau? Blijf zelf verantwoordelijk voor tijdige aanlevering van formulieren en wijzigingen — het bureau rekent wat jij aanlevert.
Documenteer intern wie formulieren mag accepteren, hoe je ID-controle vastlegt (AVG-proof), en binnen welke deadline mutaties in payroll moeten staan. Een e-mail “salaris omhoog vanaf volgende maand” zonder bijgewerkt formulier of tabelkeuze is een klassieke bron van discussie over korting en netto.
Bij minimumloon-indexaties in januari of juli: controleer of brutoloon en tabellen samen zijn bijgewerkt. Korting zelf verandert niet door een WML-verhoging, maar het netto-effect wel — medewerkers merken dat soms als “korting verschilt” terwijl alleen bruto steeg.
Wanneer wijzig je loonheffingskorting?
Je past ja of nee aan wanneer je situatie verandert — onder meer bij:
- Nieuwe baan — nieuw loonheffingsformulier; beoordeel opnieuw waar korting hoort.
- Tweede baan gestart of beëindigd — verdeel ja/nee opnieuw.
- Uitkering (WW, WIA) — formulier bij UWV; kies welk inkomen korting krijgt.
- AOW-gerechtigde leeftijd — check SVB-instelling en eventueel werk/pensioen.
- Scheiding of huwelijk — tabelkeuze en korting kunnen wijzigen; nieuw formulier.
- Van parttime naar fulltime bij dezelfde werkgever — meestal geen wijziging, maar controleer bij grote brutowijziging.
- Partner gaat werken of stopt — tabelkeuze (alleenstaand vs gehuwd) en korting kunnen samen wijzigen.
- Van uitkering naar werk — verplaats korting van UWV/SVB naar je nieuwe werkgever met nieuwe opgaaf.
- Grote eenmalige uitkering (bonus, eindejaarsuitkering) — ja/nee wijzigt meestal niet, maar het netto-effect wel.
- Internationale verhuizing — andere inhoudingsregels; check bij Belastingdienst vóór je eerste strook.
Wacht niet tot januari: elke maand met verkeerde ja/nee kost netto of geeft later een verrassing bij de aangifte. Geef wijzigingen schriftelijk door met ingangsdatum — mondeling is riskant als payroll al is gedraaid. Eerdere maanden corrigeer je alleen via een TWK-proces.
Loonheffingskorting en toeslagen (huur, zorg, kind)
Loonheffingskorting heeft niets te maken met toeslagen zoals huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget. Die regelingen kijken naar je inkomen en huishouden; de Belastingdienst beoordeelt ze apart. Wel hangen ze indirect samen: als je te veel loonheffingskorting via twee banen krijgt, kan je inkomen op de jaaropgave afwijken van wat toeslagen verwachten — daarom is een correcte ja/nee-keuze belangrijk.
Werk je met een partner in hetzelfde huishouden? Box-1-inkomen telt gezamenlijk mee voor veel toeslagen, terwijl loonheffingskorting per persoon op je eigen loonstrook loopt. Huurtoeslag en zorgtoeslag kijken naar je (gezamenlijk) jaarinkomen — niet alleen je laatste strook. Te veel netto door dubbele korting kan later een lagere toeslag of terugvordering geven.
Bij een inkomenswijziging (promotie, extra uren, einde bijbaan) verandert vaak eerst je netto via korting en tabellen; toeslagen volgen later via de Belastingdienst. Plan wijzigingen daarom rond salarisrun, jaaropgave en eventuele toeslag-aanvragen.
Kindgebonden budget en partnerregelingen vallen buiten loonheffingskorting, maar wel binnen je totale fiscale plaatje. Bij scheiding of samenwoningswijziging: nieuw formulier én check toeslagen — beide lopen via verschillende kanalen maar hangen aan hetzelfde inkomen.
Loonheffingskorting voor uitzendkrachten en payroll
Payroll-fouten bij korting komen vaak door late formulieren of een verkeerde tabel na mutatie (wit naar groen bij deeluitkering). Zet in onboarding een harde deadline: geen formulier betekent anoniementarief — en leg intern uit waarom netto dan lager uitvalt.
Voor MKB met wisselende diensten in horeca, detailhandel en zorg is de combinatie van correcte uren, formulier en tabelkeuze cruciaal. Fouten in uren geven een ander brutoloon — en daarmee een ander kortingseffect op de strook, ook als ja/nee goed staat.
Bij uitzendwerk wisselt de inlener; het uitzendbureau blijft je formele werkgever voor LH. Bij elke langdurige nieuwe plaatsing: controleer of je nog steeds één ja hebt lopen — een tweede uitzendklus naast een hoofdbaan vraagt vaak nee op de bijklus.
Payroll-constructies (Payroll Plus, detachering) volgen de opgaaf van de payroll-employer. De inlener mag geen eigen ja/nee instellen; jij levert het formulier aan de entiteit die je strook uitbetaalt. Miscommunicatie tussen inlener-HR en payroll-employer is een bekende foutbron.
Loonheffingskorting en je belastingaangifte
De inhouding op je loonstrook is een voorschot op je jaarbelasting. Loonheffingskorting verlaagt dat voorschot — maar je definitieve belasting wordt vastgesteld bij de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting. Heb je te veel korting gehad (bijvoorbeeld ja op twee inkomens), dan betaal je bij de aangifte alsnog bij. Heb je te weinig korting gehad, dan krijg je geld terug.
Je werkgeversverklaring en jaaropgave tonen totaal loon en totaal ingehouden LH. Die cijfers gebruik je in je aangifte. De Belastingdienst vergelijkt totaal inkomen met toegepaste kortingen — inclusief delen die niet via de loonstrook liepen.
Voor HR is dit relevant bij exit-gesprekken: medewerkers die vertrekken midden in het jaar moeten begrijpen dat de laatste strook en jaaropgave samen het beeld geven — niet één maand los bekijken. Bij een cao met extra uitkeringen of eindejaarsuitkeringen: leg uit dat een eenmalige uitkering het netto in die maand kan beïnvloeden — los van je ja/nee-keuze voor korting.
In Mijn Belastingdienst zie je vaak een voorlopige verrekening van heffingskortingen na je aangifte. Heb je het hele jaar korting op één baan gehad, dan sluit dat meestal aan bij je stroken. Heb je per ongeluk op twee inkomens ja gehad, dan zie je daar vaak een naheffing — ook als je maandelijks “goed” netto leek te krijgen.
Veelvoorkomende termen en afkortingen
Op je loonstrook en in HR-systemen zie je deze termen het vaakst:
| Term | Betekenis |
|---|---|
| LH | Loonheffing — ingehouden belasting en premie volksverzekeringen |
| LHk / LHkorting | Loonheffingskorting — korting op LH |
| Heffingskorting | Breder: alle kortingen in inkomstenbelasting; loonheffingskorting is het loondeel |
| Opgaaf | Loonheffingsformulier — ja/nee en persoonsgegevens |
| Witte tabel | Standaard loonbelastingtabel voor regulier salaris |
| Groene tabel | Vaak bij uitkeringen en pensioen |
| TWK | Terugwerkende kracht — correctie op eerdere maanden in één salarisrun |
| Anoniementarief | 52% inhouding zonder geldige opgaaf — geen korting mogelijk |
| Arbeidskorting | Deel van loonheffingskorting gekoppeld aan arbeidsinkomen |
Meer context bij loonheffing en op de loonstrook; ja/nee regel je via het loonheffingsformulier.
Veelgemaakte misverstanden
- “Mijn tweede baan wordt te zwaar belast” — vaak omdat daar bewust geen korting loopt; dat is meestal juist.
- “Korting is een uitbetaling” — nee, het verlaagt alleen de LH-inhouding.
- “Ja op alle banen = meer voordeel” — nee, risico op te veel korting en naheffing.
- “De werkgever bepaalt korting” — jij geeft ja/nee door; de werkgever past tabellen toe.
- “Geen korting = geen belasting betalen” — je betaalt altijd LH; zonder korting alleen meer.
- “Online rekentools geven mijn exacte korting” — indicatief; missen partner, andere inkomens en toeslagen.
- “Ik hoef niets te doen bij AOW” — SVB staat vaak op nee; check of dat past bij jouw situatie.
- “Als ik nee zet, betaal ik geen belasting meer later” — nee betekent alleen geen korting op die strook; LH blijft verschuldigd.
- “Mijn partner en ik delen één korting” — korting is per persoon; ieder kiest ja op maximaal één eigen inkomen.
Samenvatting
In het kort: Loonheffingskorting verlaagt je loonheffing via de strook. Eén inkomen → meestal ja. Meerdere inkomens → ja op één bron, nee op de rest. Regel het via het loonheffingsformulier en wijzig bij baan- of uitkeringswissel.
- Loonheffingskorting = korting op loonheffing, toegepast door werkgever of uitvoerder.
- Ja of nee kies je op het loonheffingsformulier — bij twijfel één ja, rest nee.
- Meerdere werkgevers: korting op hoogste/hoofdinkomen; tweede baan vaak nee.
- AOW/pensioen: zelfde één-bron-regel; SVB vaak standaard nee.
- Effect zie je als lager LH op de loonstrook.
- HR: formulier + payroll-sync + deadline vóór salarisrun.
Bij complexe inkomens (buitenland, meerdere pensioenen, ondernemer naast loon): schakel een belastingadviseur in — dit artikel vervangt geen persoonlijk fiscaal advies.
Veelgestelde vragen over Loonheffingskorting
Wat is loonheffingskorting?
Loonheffingskorting is een korting op de loonheffing die je werkgever of uitkeringsinstantie toepast op je salaris of uitkering. Je betaalt daardoor minder belasting en premie via de loonstrook en houdt meer netto over. Het is geen aparte uitbetaling — je ziet het als lager LH op je strook. Ja of nee regel je op het loonheffingsformulier.
Loonheffingskorting: wanneer zet je ja of nee?
Bij één werkgever of één uitkering zet je meestal ja. Bij meerdere inkomens kies je ja op één bron (vaak je hoofdbaan of hoogste loon) en nee op de rest. Zo voorkom je te veel korting en naheffing bij je jaarlijkse aangifte. Bij twijfel: gebruik de rekenhulp van de Belastingdienst.
Mag ik loonheffingskorting bij twee werkgevers toepassen?
Nee. Loonheffingskorting mag je op maximaal één inkomen tegelijk toepassen. Pas je korting op twee banen toe, dan krijg je waarschijnlijk meer korting dan waar je recht op hebt — de Belastingdienst verrekent dat bij je aangifte. Zet korting op je hoofdbaan op ja en op je tweede baan op nee.
Hoe werkt loonheffingskorting bij een tweede baan?
Bij een tweede baan zet je loonheffingskorting meestal op nee op die baan en op ja bij je hoofdbaan (vaak het hoogste inkomen). Je tweede strook lijkt dan zwaarder belast — dat is normaal en geen fout. Staat op beide banen ja, dan riskeer je te veel korting en naheffing. Wijzig je keuze via een nieuw loonheffingsformulier bij de betreffende werkgever.
Wat is het verschil tussen loonheffing en loonheffingskorting?
Loonheffing is de belasting en premie die wordt ingehouden op je loon. Loonheffingskorting verlaagt dat ingehouden bedrag — het is geen aparte uitbetaling. Zonder korting betaal je bij hetzelfde bruto meer LH. Meer over het concept: loonheffing.
Hoe zie ik loonheffingskorting op mijn loonstrook?
Vaak zie je korting niet als aparte plusregel, maar als lager LH-bedrag op je loonstrook. Sommige systemen tonen LHkorting ja/nee bij de loonheffing-regel. Wijkt netto sterk af? Vergelijk met je loonheffingsformulier en vraag HR om een specificatie.
Moet ik loonheffingskorting aanvragen?
Nee — je vraagt korting niet apart aan bij de Belastingdienst. Via het loonheffingsformulier geef je door of je werkgever loonheffingskorting mag toepassen (ja of nee). Bij uitkeringen regel je dit bij UWV of SVB. Zonder geldig formulier geldt het anoniementarief (52%).
Wat gebeurt er als je loonheffingskorting niet toegepast hebt?
Als je bewust nee hebt gekozen of korting al op een ander inkomen loopt, houdt je werkgever meer loonheffing in — je netto is lager, maar je loopt minder risico op dubbele korting. Is nee een vergissing terwijl dit je enige inkomen is? Lever een nieuw formulier met ja in. Bij je jaarlijkse aangifte verrekent de Belastingdienst of je alsnog korting terugkrijgt.
Wat gebeurt er als je te veel loonheffingskorting krijgt?
Te veel korting (bijvoorbeeld ja op twee banen) leidt vaak tot naheffing bij je belastingaangifte — soms met rente. Voorkom dit door korting op één inkomen te houden en de rest op nee te zetten. Wijzig je loonheffingsformulier zodra je situatie verandert.
Hoe hoog is loonheffingskorting bij AOW?
Er is geen vast bedrag of percentage specifiek voor AOW — de hoogte hangt af van je (verwachte) jaarinkomen en de officiële tabellen, net als bij loon. De SVB zet bij AOW vaak standaard nee; je kunt wijzigen naar ja als AOW je enige of gewenste bron voor korting is. Werk je naast AOW? Meestal korting op loon, nee op AOW — of omgekeerd na bewuste keuze.
Kan mijn werkgever loonheffingskorting weigeren?
Je werkgever moet je keuze op het formulier volgen: bij ja de korting toepassen, bij nee niet. Weigeren zonder geldige reden is niet toegestaan. Zonder compleet formulier en identiteitscontrole moet de werkgever het anoniementarief (52%) toepassen — ook als je ja wilt.
Wat is het verschil tussen loonheffingskorting en heffingskorting?
Heffingskortingen zijn het totaal aan belastingkortingen in de inkomstenbelasting (algemene heffingskorting, arbeidskorting, enz.). Loonheffingskorting is het deel dat via loon of uitkering op de strook wordt verrekend. In de praktijk noemen mensen dat vaak kortweg “de korting op je loon”.
Waar pas je loonheffingskorting het beste toe?
Pas korting toe op het inkomen waar je het meeste voordeel hebt — meestal je hoofdbaan of het inkomen met het hoogste (verwachte) jaarloon. Bij alleen AOW of alleen pensioen: op dat ene inkomen. Bij twijfel gebruik je de rekenhulp van de Belastingdienst voor meerdere inkomens.
Hoe wijzig je loonheffingskorting?
Lever een nieuw loonheffingsformulier in bij je werkgever met de gewenste ja/nee-keuze. Bij uitkeringen: wijzig bij UWV of SVB. Je werkgever verwerkt het in de eerstvolgende salarisrun. Doe dit bij baanwissel, tweede baan, pensioen of AOW — niet wachten tot de jaaropgave.
Hoeveel loonheffingskorting krijg ik?
Dat verschilt per persoon. De hoogte hangt af van je (verwachte) jaarinkomen: hoe hoger je totale inkomen, hoe lager de korting kan uitvallen. Ook leeftijd, tabelkeuze (wit/groen) en het studentenmodel spelen mee. Er is geen vast bedrag voor iedereen — je werkgever past de officiële tabellen toe op basis van ja/nee op het loonheffingsformulier.
Hoe bereken je loonheffingskorting?
Als werknemer bereken je loonheffingskorting niet zelf met een vast percentage. Je werkgever past de officiële Belastingdienst-tabellen toe zodra je ja of nee op het loonheffingsformulier staat. Online rekentools zijn indicatief — ze missen vaak partner, andere inkomens en toeslagen. Voor meerdere inkomens: gebruik de rekenhulp van de Belastingdienst.
Wat moet ik invullen bij loonheffingskorting ja of nee op het formulier?
Vink ja aan als deze werkgever of uitvoerder de korting mag toepassen op dit inkomen — en je geen korting op een andere bron hebt lopen. Vink nee aan bij een tweede baan of als je korting al op een ander inkomen toepast. Twijfel je? Kies één ja, rest nee, of vraag HR of de Belastingdienst om voorlichting.






